Museum

Het museum van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Brussel bevindt zich in het administratief gebouw, in het hartje van de typische Marollenwijk.

Waarom een museum op het OCMW?

T De oorsprong van de OCMW’s gaat terug tot het einde van de 18de eeuw. Door het centraliserende beleid van het Franse regime, worden de verschillende Brusselse bijstandsinstellingen gegroepeerd binnen de Algemene Raad der Godshuizen. Het geheel van hun patrimonium (met inbegrip van de kunstwerken en het meubilair) wordt dan ook aan die Raad geschonken. Schilderijen, beeldhouwwerk, zilverwerk… afkomstig van de vroegere geesthuizen, godshuizen of gasthuizen evenals van het Begijnhof worden toevertrouwd aan het bestuur dat belast is met de organisatie van de openbare onderstand.

In het begin wordt dit patrimonium samengebracht in de lokalen van het bestuur in het vroegere Bogaardenklooster, in de Zuidstraat (de huidige Academie voor Schone Kunsten van de Stad Brussel). In 1843 vergezelt het de hoofdzetel van de Raad der Godshuizen op de vestiging van het nieuw Sint-Jansziekenhuis, op de Kruidtuinlaan. Een zeer klein deel van de verzamelingen zal er zichtbaar zijn, in het bijzonder in de monumentale kapel.

S T

Vanaf het begin van de 20ste eeuw wenst de Raad der Godshuizen, ondertussen Commissie van Openbare Onderstand (COO) geworden, het patrimonium tentoon te stellen. Een eerste presentatie van de Brusselse kunstwerken wordt georganiseerd in 1921 in het Museum voor oude kunst. Redelijk vlug wordt een klein museum ingericht onder de bekwame leiding van Archivaris Paul Bonenfant, in de lokalen van het bestuur en in de kapel. Ingehuldigd op 26 april 1927 in aanwezigheid van de burgemeester Adolphe Max, behoort het tot de oudste musea van België. In 1935 gaat de verhuis van het bestuur naar zijn huidig gebouw, Hoogstraat, samen met de nieuwe opstelling van de kunstwerken in deze lokalen.